Yumiko Yoneda ( Matsue, 1965) maakt beelden (sculpturen) en installaties. Haar werk heeft een herkenbare vorm. Ze zijn rond, wit of grijs, verstild en hebben een organisch volume dat van binnenuit gespannen lijkt te zijn. Het volume is het bepalende element van haar sculptuur. Yoneda creëert de vorm die voor haar waardevol is. De vormen die zij waardevol vindt zijn levendig, menselijk, organisch.
Reinoud Oudshoorn (1953) gebruikt perspectief, afkomstig uit de illusionaire taal van de schilderkunst en gebruikt die in zijn beelden. Op die manier wil hij een brug slaan tussen de ruimtelijke illusie van het platte vlak en de concrete realiteit van het driedimensionale beeld. Oudshoorn’s beelden ontstaan vanuit het staren en kijken naar een wit vlak, dat geleidelijk in een ruimte verandert. Daaruit komen tekeningen voort.
De Nederlandse beeldhouwer Hieke Luik (Apeldoorn, 1958) begon haar artistieke opleiding aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving, waar zij zich in eerste instantie richtte op plastische vormgeving. In haar laatste studiejaar kwam zij in contact met docent David Vandekop, die haar aanmoedigde om haar ontwikkeling voort te zetten aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Daar maakte zij zich het werken met brons eigen, een materiaal dat later een belangrijke rol in haar oeuvre zou gaan spelen.