De Nederlandse beeldhouwer Hieke Luik (Apeldoorn, 1958) begon haar artistieke opleiding aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving, waar zij zich in eerste instantie richtte op plastische vormgeving. In haar laatste studiejaar kwam zij in contact met docent David Vandekop, die haar aanmoedigde om haar ontwikkeling voort te zetten aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Daar maakte zij zich het werken met brons eigen, een materiaal dat later een belangrijke rol in haar oeuvre zou gaan spelen.
‘Notities’ noemt ze de kleine werken. In haar atelier hangen er 59 in een rechthoekige formatie boven en naast elkaar. Het is een bron, een voorschot op wat komen gaat. Elk schilderijtje kan de aanleiding zijn voor een nieuwe serie abstracte doeken. Kán. ‘Want als ik er niets in zie, span ik ze af.’
Tijdens haar studie aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht ontdekte Ien Lucas (1955, Echt) haar affiniteit met abstractie. ‘Figuratie hangt zo vast in de tijd. Het heeft voor mij snel iets gedateerds.’ Lucas voelt meer voor doeken zonder verhaal. ‘Al zou je óók kunnen stellen dat het schilderij zélf het verhaal is met zijn streken, textuur, de repetitie van lijnen, met zijn vormen en verfspatten.’