20.12.2020 – 31.01.2021 A Sign of Things To Come onder andere Eelco Brand, Ton van Kints, Joncquil, Warffemius, Ien Lucas, Marian Bijlenga, Klaus Baumgärtner Visit

Judith Maria Kleintjes

Sonnenstand

Ik herinner me nog precies wanneer ik Judith Kleintjes voor het eerst bezocht in haar atelier hier in Düsseldorf. Eerst door de binnenplaats, dan de trap op, helemaal naar boven, langs haar schilder-collega, en dan: een zee van licht, tussen tere pasteltinten, hier en daar een gouden schittering. Alles is in zijn eigen esthetiek, zelfs de volgorde van de penselen en kleuren is een visueel genoegen. Aan de muur tegenover het raam hangen verschillende werken, op linnen, tekeningen, keramiek. Even lijkt de tijd stil te staan, het eeuwige tikken van de klok pauzeert een nanoseconde. Het is het licht dat hem in de weg staat. Zo direct en duidelijk als het alleen in dit atelier is. En in het noorden van Nederland: het is vluchtig als de horizon die voor je ogen vervaagt tussen de sloten, de weilanden en lucht. Het is het licht en de ruimte die Nederlandse landschapsschilders generaties lang in hun ban heeft gehad, en nu ook ik. Midden in Düsseldorf: een stukje polder.

De oude Hollandse meesters bleven tot ver in de 20e eeuw de norm op kunstacademies. Zowel toen als nu gedijt de weergave van het Nederlandse landschap door helderheid en het samenspel van licht en lucht. Hoewel alleen Kleintjes werk 'de stilte heeft overal deuren' letterlijk een landschap verbeeldt, verwijzen ook andere werken in verschillende materialen naar het landschap. Het zijn fragmenten van onze huidige tijd waarin we leven, die resoneren in het samenspel van licht en donker, zon en schaduw. Ze ademen de eenvoud en het strenge uit, maar ook de poëzie van de Nederlandse landschapsschilder traditie.

Het juiste woord, de juiste penseelstreek. Misschien wel het grootste verschil tussen de huidige generatie en de schilders van de Gouden Eeuw is de romantiek, die het begrip van kunst vanaf het einde van de 18e eeuw fundamenteel veranderde. De Nederlandse filosoof Maarten Doorman beschrijft in zijn essay De Navel van Daphne een paradigma verschuiving die tot op de dag van vandaag de spanning tussen kunst en (politieke) realiteit schetst:

“Kunst heeft zich sinds de Romantiek buiten de werkelijkheid gepositioneerd, maar is tegelijkertijd constant verbonden met deze werkelijkheid. Kunst staat buiten de wereld en omarmt haar soms zo hard dat ze ermee samenvalt; ze is, om het romantisch te zeggen, absoluut in haar isolement en volledig in haar omhelzing. "(p. 147, 2014)

Tegenwoordig is schoonheid niet langer een doel op zich, het is altijd een politieke en maatschappelijk relevante uitspraak. Dit is iets dat de huidige generatie Nederlandse schilders zoals Judith Kleintjes duidelijk heeft herkend, ook al wordt de relatie tot de wereld meer in de kleurnuances thematiseert dan in het motief. De grande dame van de Nederlandse schilderkunst, Marlene Dumas, doet een vastberaden uitspraak aan degenen die zich laten verleiden om met eenduidige beelden eenduidige uitspraken te doen: „Art is not a case of innocent taste. A neutral gaze does not exist.“Tegelijkertijd voegt ze drie kernbegrippen toe die de spanning in Kleintjes oeuvre zeer treffend omschrijven: „There’s a constant clash (in art) between the senses, between nonsense, senselessness and sensuality. That’s why a good work of art is essentially elusive.”

Bijvoorbeeld in het geval van de bedrieglijk-eenduidige kleur grijs, die de kunstenaar vaak gebruikt. Een kleur die zichzelf eigenlijk tegenspreekt, behalve als je je realiseert dat alle kleuren in grijs zitten. In de Zonnestand zijn het juist deze tinten van ons alledaagse grijs die zichtbaar worden; soms meer in een licht aubergine, in een zeegroen celadon of in diep antraciet. Of in aardetinten zoals de halfronde schaal: naast een alledaags object is het een archaïsch symbool van bijna alle culturen, voor ontvankelijkheid, zintuiglijke waarneming en aandacht voor de wereld. Deze en soortgelijke associaties worden met humor onderstreept. Juist in de kleine figuratieve tekeningen merk je de knipoog waarmee de kunstenaar aan het werk is. Simpel, duidelijk, maar niet eenvoudig. In de beperking en de heldere keus voor motief en techniek, ligt voelbaar veel kracht.

Daarbij maakt Kleintjes toch vooral de schaduwen zichtbaar - geen schaduw zonder licht -, en het proces van de tijd, ook in metaforische zin. Steeds weer met potlood, waarmee ze de beweging van de zon en de verschuivende schaduw als in een time-lapse documenteert, of in donkere sepia-inkt op linnen doek, of in haar wonderlijke keramiek. Deze schaduw-objecten van porselein hebben af ​​en toe een breuklijn die met goud zijn 'gerepareerd'. Een troostende gedachte om gebroken scherven met goud een waardevolle herwaardering te geven in plaats van ze onzichtbaar weg te werken. Wat is eigenlijk foutloos? In de Japanse kintsugi-techniek om keramiek te repareren, zijn dergelijke breuken een filosofie geworden. Kintsugi betekent letterlijk 'gouden verbinding', de met goudpoeder bestrooide lak die hiervoor gebruikt wordt. Judith noemt het: “To embrace the beauty of imperfection.” Met een gouden druppel verbonden herinneren ze me eraan dat niet alleen licht maar ook schaduw kan breken.

In die zin neemt Kleintjes vaak met een verleidelijke esthetiek stelling, en toont ze stil maar des te nadrukkelijker de ambivalentie en wisselvalligheid van alle verschijningen.

Lene ter Haar, Cultureel adviseur bij het Consulaat-Generaal van Nederland in Düsseldorf, 2020

Er zijn kunstenaars die in hun hart tekenaar zijn, ook als ze met verschillende materialen werken en driedimensionale objecten maken. Judith Kleintjes is voor mij zo’n kunstenares die, ook in haar ruimtelijke installaties en sculpturen, altijd denkt vanuit de tekening.
Dr. Gudrun Bott
Entree tentoonstelling 'être nature', Galerie Ramakers 2018
artist in residence, Museum Insel Hombroich, 2010

Een stilte buiten de tijd.

Er zijn kunstenaars die in hun hart tekenaar zijn, ook als ze met verschillende materialen werken en driedimensionale objecten maken. Judith Kleintjes is zo’n kunstenares die, ook in haar ruimtelijke installaties en sculpturen, altijd denkt vanuit de tekening. In haar werk gaat het om benadering, om toestanden en processen. Daarmee verbonden zijn principes als verandering, beweging, metamorfose. De gemeenschappelijke noemer is de sterke tijdsdimensie, die haar ideale uitdrukking vindt in de lijn. De lijn kan het spoor van een zoekende beweging vastleggen. Ze fungeert als een seismisch instrument dat het tasten, omcirkelen en benaderen optekent en het tot een esthetisch onderwerp maakt.

De sensibiliteit en rankheid van Judith Kleintjes’ beeldspraak en haar behoedzame gebruik van kleur geven haar werk daarbij iets van kostbare concentraten, fragmenten die nooit het gevaar lopen zich in de chaos te verliezen. Het integrale resultaat is als de cartografie van een zoektocht – gereduceerd en nauwkeurig, maar op een poëtische manier open. In haar werk treedt iets aan de dag dat het alledaagse en vaste ordeningspatronen overschrijdt. Het zinspeelt op de fragiliteit van het vermeend stabiele, op de kwetsbaarheid van mentale en lichamelijke ongeschondenheid, op het wegvallen van vermeende zekerheden. Niet als een catastrofale uitzondering maar als een normaliteit.

Dr. Gudrun Bott, Museum Insel Hombroich - Raketenstation, 2012

@Andreas Wies

Het werk van Judith Maria Kleintjes ontwikkelt zich in de ruimte en zonder zich bezig te houden met een centrum. Zichtbaar, in het opbouwen van haar gebaren heeft ze zich van de stilistische taak die bepaald wordt door een eenvoudigweg homogene matrix losgemaakt.

Het lijkt daarentegen dat de werken ontstaan alsof het verschillende episoden zijn van een poëtische vertelling. Deze a-ritmische fragmenten, ontstaan uit verspreid liggende emoties en op verre plaatsen, worden ter gelegenheid van een tentoonstelling, verspreid in de ruimte, weer onder één dak verenigd. Altijd vertellingen verbeeldend, en zo een formele aanwezigheid volgens de norm vermijdend.

Als Judith, die in deze jaren haar taal heeft geraffineerd, de motieven van haar bekwaamheid en haar zo eigen speciale sensibiliteit verdiept en deze vrouwelijke schrijfwijze, met kracht verbonden door middel van stevige touwen aan de houten tafel waaraan ze iedere dag de pas aan het licht verschenen uitingsvormen verwezenlijkt en vernietigt -maar altijd voldoende zichtbare en concrete sporen achterlatend-, dan zal ze een bloeiend landschap voor zich hebben.

Aldaar kan ze de onderling verschillende botanische essenties cultiveren, die echter in de ruimte van het veld – een magisch territorium – hun verbondenheid zullen vinden en een poëtische vertelling kunnen uitbeelden, die zijn wortels heeft in de Europese schilderkunst.

Jannis Kounellis, Kunstverein Coesfeld, 2001