About Judith Maria Kleintjes

Judith Maria Kleintjes (1963) woont en werkt in Düsseldorf en Amsterdam

2017       Residence Stipendium, European Ceramic Workcenter (EKWC)
2000       Meisterschülerin bei Prof. Jannis Kounellis
1997–00 Kunstakademie Düsseldorf, Klasse Prof. Jannis Kounellis
1992–97 Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten, Den Haag, Akademiebrief
1991–92 Rietveld Academie, Amsterdam

Dr. Gudrun Bott over het werk van Judith Maria Kleintjes:

Er zijn kunstenaars die in hun hart tekenaar zijn, ook als ze met verschillende materialen werken en driedimensionale objecten maken. Judith Kleintjes is voor mij zo’n kunstenares die, ook in haar ruimtelijke installaties en sculpturen, altijd denkt vanuit de tekening.

In haar werk gaat het om benadering, om toestanden en processen. Daarmee verbonden zijn principes als verandering, beweging, metamorfose. De gemeenschappelijke noemer is de sterke tijdsdimensie, die haar ideale uitdrukking vindt in de lijn. De lijn kan het spoor van een zoekende beweging vastleggen. Ze fungeert als een seismisch instrument dat het tasten, omcirkelen en benaderen optekent en tot het esthetische onderwerp maakt. Judith Kleintjes gebruikt de lijn heel klassiek om iets letterlijk te be-grijpen zonder het te fixeren of de wording ervan te verhullen.

In het werk van Judith Kleintjes treedt iets aan de dag dat alledaagse normaliteiten en ordeningspatronen overschrijdt. Het zinspeelt op de fragiliteit van het vermeend stabiele, op de kwetsbaarheid van mentale en lichamelijke ongeschondenheid, op het wegvallen van vermeende zekerheden, niet als een enorme uitzondering maar als een normaliteit.

Dr. Gudrun Bott, künstlerische Leiterin auf Schloss Ringenberg

Openingsrede
FIH - Field Institute Hombroich-Raketenstation
Museum Insel Hombroich
  
21 april 2012
Openingsrede FIH - Field Institute Hombroich-Raketenstation
Museum Insel Hombroich, 21 april 2012



Jannis Kounellis over het werk van Judith Maria Kleintjes:


Het werk van Judith Maria Kleintjes ontwikkelt zich in de ruimte en zonder zich bezig te houden met een centrum. Zichtbaar, in het opbouwen van haar gebaren heeft ze zich van de stilistische taak die bepaald wordt door een eenvoudigweg homogene matrix losgemaakt.
Het lijkt daarentegen dat de werken ontstaan alsof het verschillende episoden zijn van een poëtische vertelling. Deze a-ritmische fragmenten, ontstaan uit verspreid liggende emoties en op verre plaatsen, worden ter gelegenheid van een tentoonstelling, verspreid in de ruimte, weer onder één dak verenigd. Altijd vertellingen verbeeldend, en zo een formele aanwezigheid volgens de norm vermijdend. Als Judith, die in deze jaren haar taal heeft geraffineerd, de motieven van haar bekwaamheid en haar zo eigen speciale sensibiliteit verdiept en deze vrouwelijke schrijfwijze, met kracht verbonden door middel van stevige touwen aan de houten tafel waaraan ze iedere dag de pas aan het licht verschenen uitingsvormen verwezenlijkt en vernietigt -maar altijd voldoende zichtbare en concrete sporen achterlatend-, dan zal ze een bloeiend landschap voor zich hebben. Aldaar kan ze de onderling verschillende botanische essenties cultiveren, die echter in de ruimte van het veld – een magisch territorium – hun verbondenheid zullen vinden en een poëtische vertelling kunnen uitbeelden, die zijn wortels heeft in de Europese schilderkunst.

Jannis Kounellis, 2001