About Johan Meijerink

Johan Meijerink (1948 - 2011) geboren te Bandoeng, overleden 2011 te Rotterdam

1966 – 1971 Academie van Beeldende Kunsten Rotterdam


Het glinsterend pantser van J.M.


In 1958 vertrekt vanuit Tandjong Priok het vrachtschip De Slamat richting Holland. Aan boord bevindt zich een introverte jongen met een handicap: hij is kleurenblind.
Ten gevolge van een initiatief van Sukarno staat de jongen aan het begin van een twee maanden durende reis die hem uiteindelijk vanuit een exotisch eldorado zal transporteren naar een etagewoning aan de Dordtselaan in Rotterdam-Zuid.
De boot, een wereld op zich, is tijdens die relatief lange periode een broedplaats waarin de prille jeugdherinneringen van een verloren paradijs zich moeiteloos vermengen met de ervaringen van alledag op die wat ongewone locatie.
Deze ongetwijfeld indrukwekkende reis waarop de zon dagelijks wordt afgelost door de maan, blijkt dertig jaar later de bakermat te zijn, waaruit de jongen, eenmaal volwassen geworden, eindeloos kan blijven putten.

De jongen groeit op in Rotterdam, met heimwee in het gesloten hart. Hij wil later het liefst gaan varen, maar de kleurenblindheid speelt hem parten, bepaalt zijn lot als het ware en voert hem halverwege de jaren zestig naar de afdeling beeldhouwen van de Rotterdamse Kunstacademie.
De muziek van die dagen confronteert hem met Solomon Burke’s Cry to me.
When you’re all alone, lonely and blue and there’s nothing but a smell of her perfume. Maar vooral Loneliness is just a waste of your time maakte diepe indruk.
Het wordt het leidmotief in het latere werk.

De jongen studeert in 1971 af als beeldhouwer. Hij experimenteert in eerste instantie met fotografie en collagetechniek en woont halverwege de jaren zeventig een jaar in Rome, een stad vol klassieke architectuur, ontdekt Borromini en is naarstig op zoek naar het gebied waarin hij zijn persoonlijke, mystieke waarheid kan onthullen c.q. verhullen.

Begin jaren tachtig dienen de eerste beelden zich aan: relatief kleine objecten, eenvoudig van karakter, verre echo’s van Brancusi en Morandi, gemaakt van lood en brons, stoepa’s, mysterieuze tempeltjes, gesloten overeenkomstig het karakter van hun maker, de introverte Slamatjongen uit 1958.

De sculpturen bezitten allemaal een reflecterende huid, veroorzaakt door het zorgvuldige polijsten, maar suggereren door hun orgaanachtige karakter tegelijkertijd een binnenkant.

Kunst is in sommige gevallen multi-interpretabel.

Zo beschrijft de Amerikaanse schrijver Paul Auster in The invention of solitude uit 1982 een bezoek aan het Van Goghmuseum in Amsterdam. Auster staat voor het beroemde schilderij De slaapkamer, voltooid in Arles in 1888 en, ik citeer,: probeert de afgebeelde kamer te bewonen.
Een geschilderd interieur waarin een groot geel bed domineert. Austers uiteindelijke interpretatie van het schilderij is echter volkomen anders dan de intenties van de maker.
Het interieur is volgens de schrijver de binnenkant van de schedel van Van Gogh zelf.
Eenzaamheid overheerst daar en men kan niet naar buiten kijken, want de luiken zijn gesloten. Volgens Auster heeft Van Gogh dus zijn eigen eenzaamheid geschilderd en is de titel De Slaapkamer maar een afleidingsmanoeuvre.

De objecten van de Slamatjongen vertegenwoordigen duidelijk twee werelden, een binnen - en een buitenwereld. In wezen probeert de maker twee fenomenen met elkaar te verbinden, die in the real world onmogelijk samen kunnen gaan. The sun is married to the moon, een object uit 1990, levert het niet bestaande woord MSOUONN op.
Ontstaan door de woorden moon en sun eenvoudigweg letter voor letter met elkaar te mixen.
De jongen geeft zijn stoepa’s vol geheimen uit een ver verleden, geduldig maar hardnekkig vorm, al bijna dertig jaar lang.
Door het eindeloze polijsten bezorgt hij ze een oppervlakte met een toverachtige reflectie.
Een glinsterend pantser dat de door Solomon Burke bezongen Loneliness zorgvuldig en hermetisch afdekt.
Een zichzelf telkens weer anders manifesterende buitenkant al naar gelang waar de sculptuur wordt neergezet.

In essentie is de jongen van de Slamat een bescheiden tovenaar.

Zijn volledige naam is Johan Meijerink en hij maakt toverkunst van het zuiverste water.

Arie van Geest
10 mei 2007


Collecties/tentoonstellingen o.a.

Bouwfonds Kunstcollectie
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Museum Boijmans van Beuningen
Kunstausstellung NRW Dûsseldorf
Gemeentemuseum Arnhem
Borey Art Gallery St. Petersburg
CBK Rotterdam
Artoteek Den Haag
Div particulieren